Arrest van de Hoge Raad
Dit jaar en in 2016 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de vraag of ongemaximeerde TBS was (of mocht worden) opgelegd. Beide werden door advocaten van ons kantoor uitgelokt, die van 2016 door Dirk Daamen en die van dit jaar door Justin Luiten. In de laatste uitgave van de NJ zijn deze twee arresten gepubliceerd, met een noot van prof. Mevis: NJ 2018, 146 en NJ 2018, 147.

NJ

Nederlandse Jurisprudentie (NJ) is het toonaangevende tijdschrift waarin gerechtelijke uitspraken worden gepubliceerd. Sommige uitspraken worden door een annotator voorzien van een rechtsgeleerd commentaar, dat een ‘noot’ wordt genoemd. In onze zaken was de annotator Paul Mevis, Professor Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij analyseert beide zaken en plaatst ze in een breder kader.

TBS overkoepelend thema

Beide arresten passen goed bij elkaar. De zaken staan los van elkaar. Maar ze gaan allebei over de oplegging van de TBS-maatregel. En daarbij gaat het in beide zaken over de vraag of het delict als ‘geweldsdelict’ kan worden aangemerkt. Dat is belangrijk, want als het een ‘geweldsdelict’is, kan de TBS telkens weer worden verlengd.

NJ 2018, 146: de zaak van Dirk Daamen

In de zaak die leidde tot het arrest van 21 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1240) ging het over het niet-opzettelijk veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel als gevolg. Door het hof werd een TBS maatregel opgelegd die onbeperkt kan worden verlengd. In het arrest heeft de Hoge Raad het begrip “misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen” als bedoeld in art. 38e lid 1 Sr en art. 359 lid 7 Sv uitgelegd. Waar uit de wetsgeschiedenis een beperktere uitleg kan worden afgeleid, kiest de Hoge Raad voor een tekstuele en daarmee ruimere interpretatie. Dat pakte uit in het nadeel van onze cliënt, ondanks dat de Advocaat-Generaal het wel met Dirk eens was.

NJ 2018, 147: de zaak van Justin Luiten

Het jongste arrest is een zaak van Justin: Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:116. Dit arrest is al besproken in een eerdere blog: Zaak voorhanden hebben 625.000 kinderporno-plaatjes moet opnieuw. Justin heeft deze zaak zowel in hoger beroep (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden) als in cassatie behandeld.

De zaak is om twee redenen belangrijk:
1) tot nu toe hoefde de rechter die de maatregel TBS met voorwaarden oplegde niet toe te lichten of het bewezenverklaarde strafbare feit een geweldsmisdrijf was. Justin Luiten voerde in cassatie aan dat de rechter dit wél moet motiveren, zodat van begin af aan duidelijk is of er een maximale duur aan de TBS-maatregel zit. De Hoge Raad was het daar mee eens;

2) in deze zaak vond het gerechtshof het downloaden, bezitten en verspreiden van kinderporno een geweldsmisdrijf. Het gevolg daarvan is dat, wanneer de maatregel TBS met voorwaarden wordt omgezet in TBS met dwangverpleging, deze onbeperkt in duur kan zijn. De Hoge Raad volgt Justin Luiten in zijn standpunt dat het downloaden en verspreiden van kinderporno géén geweldsmisdrijf is.

Meer arresten van onze advocaten

Heb je een lopende cassatieprocedure, zorg er dan voor dat je een advocaat hebt die zich daarin specialiseert. Ben je verwikkeld in een cassatieprocedure? Of wil je advies over je cassatieprocedure? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij staan je graag te woord.

© 2017-2018 Daamen, advocaten. | Disclaimer | Sitemap | Links | Beheer