DNA

Bezwaar Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden: minderjarigheid telt mee bij beoordeling

Als de rechter een bezwaarschrift tegen de opslag van het DNA-profiel van een veroordeelde in de DNA databank moet beoordelen, is de minderjarigheid van de veroordeelde van belang. De Hoge Raad heeft hier in een uitspraak van gisteren duidelijkheid over gegeven, naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang der wet.

Het arrest: minderjarigheid van belang bij beoordeling DNA-bezwaarschrift

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:626

Samenvatting arrest op Rechtspraak.nl:

(Niet te volgen? Geen nood, het wordt hieronder uitgelegd!)
“Cassatie in het belang van de wet. Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (DNA-V). Bezwaarschrift van een veroordeelde minderjarige tegen het bepalen en het verwerken van zijn DNA-profiel. Moet de minderjarigheid van de veroordeelde t.t.v. het plegen van het misdrijf worden betrokken bij de beoordeling of sprake is van de uitzonderingsgrond a.b.i. art.2.1.b Wet DNA-V? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BC8234 m.b.t. de beoordeling van een bezwaarschrift van een t.t.v. het misdrijf minderjarige. Hieraan kan worden toegevoegd dat, hoewel in de Wet geen onderscheid wordt gemaakt tussen meerderjarigen en minderjarigen, de rechter bij zijn oordeel of sprake is van “bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd” de omstandigheid dat veroordeelde t.t.v. het plegen van het feit minderjarig was moet betrekken. Of, en in welke mate bijzondere omstandigheden aan de orde zijn, zal afhangen van de omstandigheden van het geval. Een relevante factor in dit verband kan allereerst zijn of de gevolgen van het bepalen en verwerken van het DNA-profiel evident disproportioneel zijn, gelet op de omstandigheid dat het feit is begaan toen veroordeelde minderjarig was. Daarnaast kan de rechter betrekken of, mede gelet op de omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd en de leeftijd van de veroordeelde t.t.v. het misdrijf, sprake is van een gering recidivegevaar. Daarvoor kan ook van belang zijn of aanwijzingen bestaan voor eerder gepleegde relevante misdrijven.”

(bron: Rechtspraak.nl)

DNA-onderzoek bij veroordeelden: twee uitzonderingen

De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden regelt het afnemen van celmateriaal bij veroordeelden. Uit dat celmateriaal wordt dan een DNA-profiel gehaald. Dat wordt in de DNA-databank opgeslagen. Aangetroffen DNA-sporen kunnen met de profielen uit deze databank worden vergeleken om zo misdrijven op te lossen. De officier van justitie moet op grond van de wet een bevel tot DNA-afname geven aan veroordeelden die een zogenoemd voorlopige hechtenis-feit hebben begaan. Voorlopige hechtenis-feiten zijn ruwweg de strafbare feiten waarvoor vier jaar gevangenisstraf of meer kan worden opgelegd. Dat bevel is alleen nodig als er van die veroordeelde nog geen DNA-profiel in de databank zit. In de wet staan verder twee uitzonderingsgronden. De eerste is als een DNA-profiel niet van betekenis is voor de opsporing van het feit waarvoor de betrokkene is veroordeeld. De tweede uitzondering is als er zodanige bijzondere omstandigheden zijn dat niet te verwachten is dat de veroordeelde nog een keer een strafbaar feit zal begaan. Tegen een DNA-bevel kan de veroordeelde een bezwaarschrift indienen bij de rechter. Die kijkt dan of deze uitzonderingsgronden van toepassing zijn.

Vordering cassatie in het belang van de wet

De Hoge Raad heeft deze uitspraak gedaan naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang der wet. Wat dat is wordt in de blogpost ‘Wat is cassatie in het belang der wet?’ uitgelegd. Normaal is tegen de beslissing over een bezwaarschrift tegen de opnamen in de DNA-databank geen beroep in cassatie mogelijk. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft deze vordering om twee redenen ingediend. Ten eerste beoordelen rechters in Nederland de bezwaarschriften niet allemaal op dezelfde manier. Sommige rechters verklaren bijvoorbeeld bezwaarschriften gegrond als het gaat om een minderjarige en zij het bewaren van een DNA-profiel niet in verhouding vinden staan tot wat de jeugdige heeft misdaan enerzijds en de jeugdige leeftijd van de veroordeelde anderzijds; andere rechtbanken doen dat niet. Een eerdere uitspraak van de Hoge Raad hierover in 2018 heeft niet voor de gewenste rechtseenheid en rechtsgelijkheid gezorgd. De tweede reden is dat het VN-Mensenrechtencomité in 2017 heeft bepaald dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden onvoldoende waarborgen en maatwerk bevat voor minderjarigen. Elke zaak moet op zichzelf worden beoordeeld. Daarbij moet de minderjarigheid worden betrokken. Daarom is de wet (en de toepassing ervan) in strijd met het internationaal mensenrechtenverdrag IVBPR.
In het arrest van gisteren heeft de Hoge Raad deze twee kwesties behandeld.

Hoge Raad: minderjarigheid belangrijk en individuele beoordeling

Het gaat dus om twee vragen. De eerste is of minderjarigheid mag meetellen bij de beoordeling van een DNA-bezwaarschrift. De tweede is of de rechter naar het concrete geval moet kijken.

Minderjarigheid veroordeelde bij beide uitzonderingen van belang

Het gaat dus om de beoordeling van een bezwaarschrift van een veroordeelde minderjarige tegen het bepalen en het verwerken van zijn DNA-profiel. De wet maakt daarbij geen onderscheid tussen minderjarige en meerderjarige veroordeelden. Is de leeftijd dan toch van belang? De Hoge Raad zegt nu van wel. De rechter moet bij de beoordeling of sprake is van “bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd” (de eerste uitzondering) betrekken dat de veroordeelde minderjarig was. Dat kan namelijk betekenen dat de gevolgen van het bepalen en verwerken van het DNA-profiel ‘evident disproportioneel’ zijn. Maar de minderjarigheid kan ook doorwerken bij de tweede uitzonderingsgrond: het gevaar voor herhaling. De jonge leeftijd kan immers ook maken dat de rechter verwacht dat het een eenmalige misstap is geweest. Dat geldt nog meer als het de eerste keer is dat de jongere in de fout is gegaan.

Beoordeling van geval tot geval

Uit het arrest blijkt dan ook dat de rechter niet te makkelijk groepen veroordeelden over één kam mag scheren. Of er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen, hangt af van de omstandigheden van het geval. De rechter mag dus niet standaard de bezwaarschriften van minderjarigen toewijzen vanwege de minderjarigheid, maar hij mag ze ook niet standaard om die reden afwijzen. De rechter moet aan de hand van de persoon van de veroordeelde en het delict dat hij heeft gepleegd beoordelen of een uitzondering passend is.

De zaak: minderjarige veroordeelde moet DNA afgeven

Minderjarige veroordeeld voor brand op schooltoilet

Laten we eens kijken naar de zaak waarin de vordering tot cassatie in het belang der wet is gedaan. Het gaat het om een minderjarige die is veroordeeld voor brandstichting in een school. Hij had samen met anderen toiletpapier doordrenkt met spiritus in brand gestoken in een toiletpot. Daardoor was de betreffende toiletruimte helemaal verbrand. De rechtbank had hem daarvoor een leerstraf van 35 uren en een voorwaardelijke werkstraf van 50 uren gegeven. Dit was voor deze jongen zijn eerste veroordeling. Vervolgens heeft de officier van justitie een bevel tot afname van celmateriaal gegeven. Tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel heeft de minderjarige een bezwaarschrift ingediend bij de rechtbank. Dat verloor hij. De rechtbank vond dat er in deze zaak geen uitzondering nodig was op de regel dat van elke veroordeelde een DNA-profiel wordt opgeslagen.

De Hoge Raad over de zaak: bezwaar terecht verworpen

De Hoge Raad lijkt in dit arrest wat meer ruimte te geven om een bezwaarschrift gegrond te verklaren. Toch kon in deze zaak de afwijzing van het bezwaar door de rechtbank door de beugel volgens de Hoge Raad. De Hoge Raad zegt het niet met zoveel woorden, maar ik denk dat de ernst van het feit (brandstichting) hierbij de doorslag heeft gegeven.

Wil justitie jouw DNA profiel opnemen in de databank omdat je bent veroordeeld en wil je daartegen bezwaar maken? Dan ben je bij ons aan juiste adres voor bijstand! Of wil je advies over een cassatieprocedure? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij staan je graag te woord.

© 2017-2021 Daamen, advocaten. | Disclaimer | Sitemap | Links | Beheer