fbpx
Vrouwe Justitia
De kennelijk leugenachtige verklaring van de verdachte. Je zou verwachten dat de rechter daarop enkel terugvalt als hij het bewijs anders niet rond krijgt. Uit een arrest van de Hoge Raad van gisteren blijkt dat dat niet altijd het geval is.

In deze zaak waren Justin Luiten en Dirk Daamen de cassatie-advocaten.

Arrest:

Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2406 (kennelijk leugenachtige verklaring)

Samenvatting arrest op Rechtspraak.nl:

“Kennelijk leugenachtige verklaring. Wat er ook zij van het gebruik door het Hof van de als kennelijk leugenachtig aangemerkte verklaring van verdachte voor het bewijs, het middel kan niet tot cassatie leiden omdat de bewezenverklaring ook met weglating van deze verklaring toereikend is gemotiveerd. CAG: anders.”
(bron: Rechtspraak.nl)

De zaak

Onze cliënt werd ervan verdacht dat hij uit een woning in Nijmegen een telefoon en contant geld had gestolen. Hij logeerde bij de eigenaar van de woning. Die had hem daar alleen gelaten. Toen hij ruim 10 uur later terugkwam was cliënt met de noorderzon vertrokken. Ook miste hij de telefoon en ongeveer 350 euro aan muntgeld. De rechtbank heeft cliënt veroordeeld. En ook het hof achtte diefstal bewezen.

Kennelijk leugenachtige verklaring

Het hof gebruikte voor het bewijs ook een verklaring van onze cliënt. Die verklaring hield in: “Ik ken café X niet.” Dat heeft niks met de diefstal uit de woning te maken. Maar volgens het hof klopte deze verklaring niet. Want juist in dat café zou cliënt de aangever hebben leren kennen, zo blijkt uit de andere bewijsmiddelen. Volgens het hof had cliënt gelogen ‘om de waarheid te bemantelen’. Als je hebt gelogen heb je iets te verbergen, zo vond het hof.

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad mag de rechter een verklaring van de verdachte die kennelijk leugenachtig is én is afgelegd om de waarheid te bemantelen voor het bewijs gebruiken. Zie bijv. de arresten van 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9968 en 21 maart 2017, ECLI:Nl:HR:2017:467

De cassatieschriftuur

Cliënt ging in cassatie. We voerden namens hem aan dat uit de bewijsmiddelen die het hof heeft gebruikt niet zonder meer blijkt dat cliënt de diefstal heeft gepleegd. En dat het hof de kennelijk leugenachtige verklaring niet zomaar voor het bewijs van dit feit had mogen gebruiken. Het is namelijk ook goed mogelijk dat hij om een andere reden heeft gelogen. Want hij werd ook verdacht van oplichting van datzelfde café (daarvan sprak het hof hem trouwens vrij). Dus welke waarheid wilde onze cliënt bemantelen?

Advocaat-generaal: zaak moet over

Advocaat-generaal Harteveld heeft in deze zaak de Hoge Raad geadviseerd. Hij is voor een terughoudend gebruik van leugenachtige verklaringen voor het bewijs. In dit geval vond hij dat gebruik zelfs ‘gegoochel’. De leugen dat cliënt het café niet kent zegt alleen iets over zijn mogelijke aanwezigheid daar. Het zegt niets over zijn aanwezigheid in het huis waar de diefstal plaatsvond. Laat staan over die diefstal zelf.

De andere bewijsmiddelen vond hij onvoldoende voor veroordeling. De bewijsmiddelen 1 tot en met 3 zeggen iets over het feit dat cliënt in het café is geweest, dat hij besproken wordt op oplichtingwebsites en facebook, dat hij bij aangever enkele nachten heeft gelogeerd zonder hiervoor het afgesproken bedrag te betalen en dat aangever zijn telefoon en een geldbedrag á 350 euro miste nadat hij uit het huis vertrokken was. Bewijsmiddelen 3 tot en met 7 zeggen iets over de herkenning van verdachte door de aangever, verbalisanten, getuigen en de rechter. Zonder (nadere) bewijsoverweging is niet begrijpelijk hoe het hof gebaseerd op de inhoud van deze bewijsmiddelen tot de bewezenverklaring van diefstal is gekomen.

Hij raadde dan ook aan het arrest van het hof te vernietigen en de zaak opnieuw te laten berechten door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De Hoge Raad

De Hoge Raad gaat daar niet in mee. Dit is alles wat hij erover zegt:

“Het middel kan niet tot cassatie leiden, wat er ook zij van het gebruik door het Hof van de als kennelijk leugenachtig aangemerkte verklaring van de verdachte voor het bewijs (bewijsmiddel 8), omdat de bewezenverklaring ook met weglating van die verklaring toereikend is gemotiveerd.”

Het is jammer dat de Hoge Raad niet wat meer uitleg heeft gegeven. Hij vindt – anders dan de AG – dat er verder wel genoeg bewijs is. Maar waarom?

En omdat hij vindt dat de andere bewijsmiddelen voldoende zijn hoeft de Hoge Raad niet in te gaan op de belangrijkste vraag die we hadden voorgelegd. Is de verklaring van onze cliënt terecht als kennelijk leugenachtig aangemerkt?

In elk geval blijkt uit dit arrest dat voor de Hoge Raad het gebruik voor het bewijs van de kennelijk leugenachtige verklaring door de rechter niet altijd dient als stoplap om een bewijsgat te dichten.

Heb je een lopende cassatieprocedure, zorg er dan voor dat je een advocaat hebt die zich daarin specialiseert. Ben je verwikkeld in een cassatieprocedure? Of wil je advies over je cassatieprocedure? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij staan je graag te woord.

© 2017-2018 Daamen, advocaten. | Disclaimer | Sitemap | Links | Beheer