fbpx
Zwaar lichamelijk letsel, mishandeling

Arrest:

Hoge Raad 13 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1077 (opzet is ingeblikt in mishandeling)

Hieronder staat eerst de essentie van de zaak volgens de Hoge Raad zelf. Daarna geef ik een beschrijving van de zaak en mijn commentaar op de uitspraak.

Samenvatting van het arrest op Rechtspraak.nl:

“Mishandeling van echtgenote, art. 300.1 jo. 304.1 Sr. Betekenis in tenlastegelegde gebezigde uitdrukking “mishandeling”. HR herhaalt vooropstelling uit ECLI:NL:HR:2014:2677 m.b.t. de uitleg van het begrip “mishandeling”. Onder “mishandeling” i.d.z.v. art. 300 Sr moet derhalve worden verstaan het opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van de gezondheid alsmede – onder omstandigheden – het opzettelijk bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, e.e.a. zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. Het Hof heeft door het tenlastegelegde bewezen te verklaren niet een met de wet strijdige betekenis toegekend aan de daarin voorkomende term “mishandeld” en het heeft het bewezenverklaarde terecht gekwalificeerd als “mishandeling”.”
(bron: Rechtspraak.nl)

Achtergrond

Gisteren wees de Hoge Raad een bijzonder arrest over de inhoud van het juridische begrip ‘mishandeling’. Het lijkt misschien voor de hand te liggen wat ‘mishandeling’ betekent en welke handelingen dat omvat. Maar begrippen uit de dagelijkse spreektaal kunnen juridisch een andere betekenis hebben. En de definitie van zo’n juridisch begrip kan het verschil maken tussen wel of geen veroordeling. En dus ook tussen wel of geen straf. Zo ook bij mishandeling.

Mishandeling: vreemde eend in de bijt

De vraag die de Hoge Raad beantwoordt is ontstaan door de ietwat bijzondere en ongelukkige strafbaarstelling van het begrip ‘mishandeling’. Deze staat in artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht. Het volgende speelt er. Voor bijna alle strafbare feiten wordt in het Wetboek van Strafrecht beschreven welke handeling (of combinatie van handelingen) een bepaalde misdrijf creëert. Zo is bijvoorbeeld de delictsomschrijving van doodslag “Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft” (artikel 287 Sr). Het moet dus gaan om (1) opzettelijk handelen waarbij (2) de ander wordt gedood. Als aan beide onderdelen is voldaan kan doodslag worden bewezen.

Het begrip mishandeling is dus een vreemde eend in de bijt. In het artikel staat namelijk: “Mishandeling wordt gestraft met” (een gevangenisstraf of een geldboete). De wet zegt hier dus niet welke handeling(en) wel of geen mishandeling opleveren. Er staat ook geen definitie van ‘mishandeling’ verder in het wetboek. Dat veroorzaakt dus onduidelijkheid over welke handelingen mishandeling opleveren. En ook hoe je dat verwijt in een tenlastelegging moet verwoorden.

Nieuwe wijzen ten laste leggen mishandeling door het OM

Die onduidelijkheid neemt toe, nu het openbaar ministerie onlangs de wijze van ten laste leggen heeft vereenvoudigd. Het nieuwe beleid van het openbaar ministerie is dat het verwijt zo kort mogelijk wordt omschreven. In deze zaak was de tenlastelegging dat de verdachte “zijn echtgenote heeft mishandeld door haar te slaan en aan de haren de trap af te slepen […]”. Het lijkt duidelijk dat je een ander niet mag slaan of aan de haren van de trap mag afslepen en dat dat een mishandeling zou kunnen opleveren. Maar het openbaar ministerie heeft wel jarenlang in de tenlastelegging van mishandeling gezet dat de verdachte het slachtoffer “opzettelijk heeft mishandeld door […]”.

Het woord ‘opzettelijk’ laat het openbaar ministerie dus sinds kort weg uit de tenlastelegging. Kennelijk vindt het openbaar ministerie nu ineens dat het woord mishandeling ook het opzettelijk handelen omvat. De vraag is of dat standpunt juist is.

De rechtsvraag

Die vraag werd door mij aan de Hoge Raad voorgelegd. Als het begrip mishandeling niet per se ‘opzettelijk’ handelen inhoudt en dat woord staat niet in de tenlastelegging, dan is er mishandeling in de zin van de wet ten laste gelegd. En de verdachte kan niet worden veroordeeld voor meer dan hem is tenlastegelegd.

De overwegingen van de Hoge Raad:

Om de vraag te beantwoorden gaat de Hoge Raad bijna 100 jaar terug in de tijd. De Hoge Raad geeft namelijk aan dat het oorspronkelijke ontwerp (dus niet de definitieve tekst!) van de strafbaarstelling van mishandeling aan het begin van de 20ste eeuw inhield:

“Hij die door eenige daad aan een ander opzettelijk ligchamelijk leed toebrengt of opzettelijk diens gezondheid benadeelt, wordt als schuldig aan mishandeling, gestraft”

Deze concepttekst is echter nooit in de wet opgenomen, omdat deze omschrijving op veel kritiek stuitte. Het was te onduidelijk wat er qua handelingen wel of niet onder zou vallen. Vervolgens sloeg de wetgever een eenvoudige weg in. Hij nam slechts het begrip ‘mishandeling’ in de wet op. Daar werd geen definitie van gegeven. De verdere invulling van dat begrip liet de wetgever dus aan de rechter over. Maar in dit arrest grijpt de Hoge Raad dus terug op een bekritiseerde tekst van een wetsontwerp van vele jaren oud.

Dat is an sich nog niet zo opmerkelijk. Ware het niet dat de Hoge Raad de afgelopen vijftien (!) jaar zelf in zijn uitspraken een eigen, andere definitie van het begrip mishandeling heeft gegeven. En die definitie omvatte (anders dan in concepttekst van de wet) niet ook opzettelijk handelen.

Het commentaar:

Oude definitie mishandeling

De term mishandeling in het Wetboek van Strafrecht wordt door de Hoge Raad (sinds jaar en dag) als volgt omschreven:

“het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn alsmede – onder omstandigheden – het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, een en ander zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat” (vergelijk bijvoorbeeld Hoge Raad 12 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1237, r.o. 2.3, Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2677, r.o. 3.2, Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6690, r.o. 2.4.2, Hoge Raad 2 december 2003, ECLI:NL:HR:AL9052, r.o. 3.4)

Volgens deze definitie van de Hoge Raad in deze uitspraken omvat het begrip mishandeling niet automatisch ook opzettelijk handelen. Dus moet de verdachte apart nog worden verweten dat hij opzettelijk heeft gehandeld. Met andere woorden: in de tenlastelegging hoeft niet alleen te staan dat de verdachte (1) een ander heeft mishandeld, maar ook (2) dat hij dat opzettelijk heeft gedaan.

Aanpassing definitie mishandeling

Het is echter met verwijzing naar deze rechtspraak dat de Hoge Raad nu overweegt dat “onder “mishandeling” in de zin van art. 300 Sr moet worden verstaan het opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van de gezondheid alsmede – onder omstandigheden – het opzettelijk bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, een en ander zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat”.

Het woord ‘opzettelijk’ wordt dus door de Hoge Raad aan zijn eigen definitie toegevoegd! Nota bene in de uitspraak waarnaar de Hoge Raad expliciet verwijst is het woord opzet niet in die definitie opgenomen. Het lijkt erop dat de Hoge Raad een eigen slordigheid uit het verleden wil herstellen. Het is opmerkelijk dat de Hoge Raad de definitie van het begrip mishandeling wel verandert, maar het cassatieberoep verwerpt.

Het gevolg van deze uitspraak is dat het openbaar ministerie het begrip ‘opzettelijk’ niet meer in de tenlastelegging hoeft op te nemen. Dat moest met de oude definitie nog wel.

Geconcludeerd kan worden dat nu duidelijk is wat het begrip mishandeling volgens de Hoge Raad inhoudt. Maar die ontwikkeling is niet zonder slag of stoot gegaan!

Heb je vragen over mishandeling? Of wordt je al vervolgd voor mishandeling of een ander strafbaar feit? Ben je verwikkeld in een cassatieprocedure? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij staan je graag te woord.

© 2017-2018 Daamen, advocaten. | Disclaimer | Sitemap | Links | Beheer